Spelregels – Cornhole
Spelregels cornhole
Cornhole is een werpspel voor twee spelers of twee teams. Je probeert zakjes op een schuin bord of door het gat te gooien. Iedereen kan snel meespelen, maar goed mikken en slim werpen maken het verschil!
Het spel in het kort
- Twee spelers of twee teams van twee spelers.
- Vier zakjes per speler of team.
- Om de beurt één zakje werpen.
- Op het bord: 1 punt.
- Door het gat: 3 punten.
- Per ronde telt alleen het verschil tussen beide scores.
- Wie na een volledige ronde 21 punten of meer heeft, wint.
1. Zet het speelveld klaar
Plaats de twee borden tegenover elkaar op een vlakke, stabiele ondergrond. Het lage uiteinde wijst naar het andere bord.
De officiële afstand bedraagt 8,23 meter, gemeten tussen de voorranden. Voor kinderen of beginners kun je starten op ongeveer 4 meter. Spreek de afstand samen af voordat je begint.
Laat naast de borden voldoende plaats om te werpen. Houd de ruimte tussen de borden vrij van toeschouwers en obstakels.
2. Verdeel de spelers en zakjes
Met twee spelers: jullie staan naast hetzelfde bord en hebben elk vier zakjes van één kleur. Na iedere ronde wandelen jullie naar het andere bord en gooien terug.
Met vier spelers: vorm twee teams. Aan elk bord staat één speler van elk team. De spelers aan het ene bord werpen eerst; daarna zijn hun teamgenoten aan het andere bord aan de beurt.
3. Zo verloopt een ronde
Bepaal met een muntworp wie begint.
Gooi afwisselend één zakje, steeds onderhands. Werp naast het bord en blijf bij het loslaten achter de denkbeeldige lijn langs de voorrand.
Een ronde eindigt wanneer beide spelers hun vier zakjes hebben geworpen. Laat alle zakjes liggen totdat jullie de score hebben vastgesteld.
De speler of ploeg die punten behaalt, begint de volgende ronde. Scoort niemand? Dan blijft dezelfde speler of ploeg beginnen.
4. Bereken de punten
| Waar ligt het zakje na de ronde? | Punten |
|---|---|
| Volledig door het gat | 3 |
| Op het bord, zonder de grond te raken | 1 |
| Naast het bord of tegen de grond | 0 |
| Eerst op de grond gestuiterd en daarna op het bord | 0 |
Trek de laagste rondescore af van de hoogste. Alleen de winnaar van die ronde krijgt het verschil bij zijn totaalscore.
Voorbeeld: rood heeft twee zakjes in het gat en één op het bord: 7 punten. Zwart heeft één zakje in het gat en één op het bord: 4 punten. Rood krijgt dus 3 punten bij zijn totaal.
Bij gelijke scores krijgt niemand punten.
5. Zakjes kunnen verschuiven
Een volgend zakje mag andere zakjes verplaatsen. Je kunt daardoor een zakje door het gat duwen of van het bord stoten.
De uiteindelijke positie na de ronde bepaalt de score. Een zakje dat eerst op het bord lag en later door het gat valt, levert dus 3 punten op.
Een zakje dat gedeeltelijk over de rand hangt, telt voor 1 punt zolang het de grond niet raakt.
6. Ongeldige worpen
Een worp telt niet wanneer je bij het loslaten de foutlijn overschrijdt of bovenhands gooit. Ook een zakje dat eerst de grond raakt, telt niet.
Haal een ongeldig zakje weg voordat de volgende speler werpt.
7. Wie wint?
Speel elke ronde volledig uit. Wie daarna 21 punten of meer heeft, wint.
Je hoeft niet precies op 21 te eindigen. Je score gaat ook niet terug naar nul wanneer je boven 21 uitkomt.
8. Samen spelen op een feest
Met een grotere groep kun je een klein tornooi organiseren. Vorm duo’s, loot de wedstrijden en laat de winnaars tegen elkaar spelen.
Voor kortere wedstrijden kun je vooraf afspreken om tot 11 punten te spelen. Dat is een aangepaste feestvariant.
Zorg voor het materiaal
- Gebruik de borden en zakjes in droge omstandigheden.
- Ga niet op de borden staan of zitten.
- Wacht met zakjes verzamelen tot iedereen klaar is met werpen.
- Berg het materiaal na het spelen droog op.